Lisa woont in de Duitstalige Gemeenschap maar omwille van medische redenen is ze bevallen in een Brussels ziekenhuis. Het kinderbijslagfonds van de Duitstalige Gemeenschap weigert Lisa de geboortepremie uit te betalen omdat de eerste woonplaats van het kind volgens hem Brussel is en niet in de Duitstalige Gemeenschap.
Lisa neemt contact op met de Ombudsman van de Duitstalige Gemeenschap.
De ombudsman onderzoekt het dossier. Het ziekenhuis had een geboorte-attest van het kind aan de vader overhandigd, dat hij heeft ingediend bij de stad Brussel. Drie weken later hebben de ouders het kind aangegeven bij hun gemeente in de Duitstalige Gemeenschap waar ze wonen.
De ombudsman raadt Lisa aan om een brief te schrijven naar de stad Brussel waarin ze haar situatie uitlegt en vraagt naar meer informatie over de inschrijving van haar kind. Uit de briefwisseling blijkt dat de stad Brussel het kind in het register van niet-verblijfouders heeft ingeschreven, omdat het geen andere informatie had over het kind.
De ombudsman vraagt aan het kinderbijslagfonds om rekening te houden met de informatie uit de brief van de stad Brussel. Hij legt de nadruk op het feit dat het kind nooit een domicilie heeft gehad in Brussel. Hij vraagt aan het fonds om zijn beslissing in Lisa’s dossier te herzien en de geboortepremie toe te kennen.
Enkele weken later ontvangt het gezin uiteindelijk de geboortepremie.